Europese defensiebedrijven op zoek naar klanten in Abu Dhabi
24-02-2015 -

Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut schreef voor Mo* een analyse over IDEX en de Europese wapenhandel met het Midden-Oosten.

Nog tot donderdag 26 februari loopt in Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten de tweejaarlijkse IDEX-wapenbeurs. Ongeveer alle belangrijke defensiebedrijven brengen er hun koopwaar aan de man. “De afgelopen jaren is het Midden-Oosten, mede als gevolg van de economische crisis in Europa, steeds belangrijker geworden als afzetmarkt van Europese wapensystemen.” Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut schreef voor Mo* een analyse over IDEX en de Europese wapenhandel met het Midden-Oosten.

Lees het hele artikel op mo.be

Nils Duquet is op dinsdag 21 april om 18u00 te gast bij Vredesactie. Hij geeft tekst en uitleg over Europese wapenhandel, en beantwoordt onze vragen. Meer info op www.vredesactie.be

Meer dan 400 Europese wapenbedrijven naar wapenbeurs in het Midden-Oosten
19-02-2015 -

Meer dan 400 Europese wapenbedrijven gaan van 22 tot 26 februari naar de jaarlijkse IDEX wapenbeurs in Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten).

De Europese wapenexport doet het goed, we exporteren wereldwijd en meer dan een kwart van onze wapens gaan naar het Midden-Oosten. Voor 2012 spreken we over een 4500-tal exportlicenties naar de Arabische wereld voor een totale waarde van ongeveer 10 miljard euro. Ondanks de conflicten in de regio en de Arabische lente (waarbij vele regimes zich tegen hun eigen bevolking keerden), werd slechts 2 à 3 % van de exportaanvragen door de Europese exporterende landen geweigerd. De beschikbare data tonen zelfs aan dat de Europese wapenexport naar de Arabische wereld tussen 2007 en 2012 ongeveer verdubbelde.

Al die wapens hebben geen houdbaarheidsdatum en blijven lang in omloop. Europese wapens en munitie gooien olie op het vuur en voeden de conflicten die aan onze buitengrenzen woeden.

Meer dan 400 Europese wapenbedrijven gaan van 22 tot 26 februari naar de jaarlijkse IDEX wapenbeurs in Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten). Het Verenigd Koninkrijk (71), Frankrijk (58) en Duitsland (68) zijn de koploperers, gevolgd door Italië (31), Tsjechië (29)en Zwitserland (27).

Grote wapenbedrijven zoals BAE Systems (UK), Finmeccanica (IT) en Airbus (FR) ontbreken natuurlijk niet op het appel. De volledige lijst van de 400 Europese bedrijven die op IDEX hun wapens aan de man brengen kan je hier op de pagina van de beurs raadplegen.

Er zijn 14 bedrijven uit Nederland die met een stand op de IDEX wapenbeurs staan. Ze worden hierbij ondersteund door de ministeries van Economische Zaken, Buitenlandse Handel en Defensie. Nederlands Defensieminister Hennis leidt de militaire handelsmissie. Duizenden Nederlanders vroegen hun politici met een petitie om de handelsmissie te annuleren.

Belgische delegatie

Vanuit België gaan er 7 bedrijven naar Abu Dhabi, ondersteund door hun belangenvereniging de Belgium Security & Defence Industry (BSDI)  Sappig detail: in Europa is België de grootste uitvoerder van lichte wapens en munitie naar het Midden-Oosten.

  • CMI Defence (Loncin, Luik), producent van wapensystemen voor lichte en middelzware pantserwagens.
  • FN HERSTAL (Herstal, Luik), producent van een heel gamma van vuurwapens en accessoires. FN Herstal is volledig in handen van het Waals Gewest en stelt 2400 mensen tewerk.
  • MECAR (Petit-Roeulx-lez-Nivelles, Henegouwen), producent van een heel gamma van munitie voor zware artillerie. Ook granaten, explosieven en mortieren.
  • Red Star Forwarding & Logistics (Antwerp, België), een gecertifiëerd transportbedrijf voor strategisch en militair materiaal. 
  • Seyntex N.V. (Tielt, Oost-Vlaanderen) een hoog technologisch textielbedrijf gespecialiseerd in militaire, politie en bewakingstextiel (kogelvrije vesten, militaire kleding en textiel)
  • TekMast (Genk, Limburg), een bedrijf met een nieuwe sectionele “lichtgewicht” mast die ontwikkeld werd met meer dan 30 jaar ervaring in de militaire sector. 
  • Xenics (Leuven, Brabant), een pionnier in infra-rood technologie met militaire en veiligheidstoepassingen. Camera en detectietechnologie. Xenics gaat er prat op dat ze door haar klanten gemakkelijke exportprocedures verschaft.
Actietrainingen 'Ik stop wapenhandel'
03-02-2015 -

Volg een actietraining en bereid je actief voor op directe geweldloze acties bij wapenhandelaars en lobbyisten.

Onze Europese wapenhandel houdt bloedige conflicten aan de gang. Dat moet stoppen en liefst nu. Het gaat tenslotte om mensenlevens. We brengen 'ik stop wapenhandel' in de praktijk en verhinderen geweldloos dat wapenhandelaars hun oorlogstuig verkopen of ijveren voor soepele exportregels. We grijpen in tijdens wapenbeurzen, conferenties van wapenlobbygroepen, lobby-evenementen,...

Meedoen?

Volg een actietraining en bereid je actief voor op directe geweldloze acties bij wapenhandelaars en lobbyisten. Je ontdekt er de valkuilen, oefent op hoe je geweldloos kan omgaan met mogelijke provocaties, tekent geweldloze actiescenario's uit en leert wat er kan gebeuren bij arrestatie. Een trainingsdag start om 10u en eindigt ten laatste om 18u. Deelname is gratis, inschrijven verplicht.

Geplande actietrainingen 'Ik stop wapenhandel':

zondag 22 maart training 'Ik stop wapenhandel' in Antwerpen
zaterdag 28 maart training 'Ik stop wapenhandel' in Gent
zondag 19 april training 'Ik stop wapenhandel' in Brussel

Schrijf je in via: ikstopwapenhandel@vredesactie.be of 03/281 68 39

Meer weten over de campagne Ik stop wapenhandel.eu?

Kom naar het info-moment in Antwerpen, op donderdag 19 februari om 20u in het EcoKot.

Of naar het info-moment in Gent, op donderdag 19 maart om 19u30.

 

 

Europese wapenhandel, katalysator van conflicten
19-12-2014 -

Wapenexport: Verantwoordelijkheden van overheden en controlemechanismen verdwijnen samen met wapens over landsgrenzen.

Europa is een van de grootste wapenexporteurs ter wereld. Zes Europese bedrijven: BAE Systems, EADS, Cassidian, Finmeccanica, Thales en Rolls Royce staanin 2013 in de top vijftien van grootste wapenbedrijven ter wereld. De Europese wapenindustrie had in 2012 een omzet van 96 miljard euro. Bijna 40 miljard daarvan was bestemd voor de export. In 2012 leverden de Europese landen 47.868 wapenexportvergunningen af. Slechts 459 werden geweigerd. In 2011, het jaar van de Arabische Lente, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar de Arabische regio 9 miljard euro, dubbel zoveel als in 2007.

“Een veilig Europa in een betere wereld” zo luidt de titel van de Europese veiligheidsstrategie die in december 2003 door de Europese Raad werd goedgekeurd. Hierin wordt erkend dat Europa niet los staat van de rest van de wereld en dat interne en externe veiligheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Ook lezen we dat economische verhoudingen een bron van (gewelddadige) conflicten kunnen zijn en dat een handelsbeleid daarom een krachtig instrument van conflictpreventie kan zijn. Met preventie van conflicten kan bovendien 'niet vroeg genoeg begonnen worden' en 'conflicten vergen politieke oplossingen'. Deze elementen zouden zo uit een tekst van Vredesactie kunnen komen. Helaas strookt de praktijk niet met deze mooie retoriek.

De EU stimuleerde de voorbije jaren de uitbouw van een Europese defensie-industrie. Een industrie die expansieve wapenhandel naar conflictregio’s broodnodig heeft om winstgevend te zijn. In 2012 was veertig procent van de omzet van de Europese wapenindustrie bestemd voor de export. Europese wapens duiken op in conflicten en bij mensenrechtenschendingen wereldwijd. Van de eenenvijftig regimes die door de Economist Intelligence Unit's Democracy Index 2012 als ‘autoritair’ bestempeld worden, konden er drieënveertig wapens kopen in de Europese Unie. Het toont aan dat een laks Europees wapenexportbeleid als katalysator kan fungeren voor conflicten wereldwijd.

Hoe? Wie?
Wapenexportcontrole is een nationale bevoegdheid. Het zijn de nationale regeringen die wapenexportvergunningen weigeren of goedkeuren en ze doen dat volgens hun eigen procedures. In België is de wapenexportcontrole grotendeels toegewezen aan de gewesten.
Maar op 8 december 2008 werd het gemeenschappelijk Europees standpunt over wapenexport goedgekeurd door de Europese Raad. Dit harmoniserend kader is bepalend voor het beleid van de Europese lidstaten en regio’s en is dan ook vooral een oefening in het neerschrijven van de grootste gemene deler.
Net als in het nationale beleid voor wapenexport zit er in die grootste gemene deler een serieuze contradictie. Enerzijds worden acht criteria opgelijst die wapenexport moeten beperken. Anderzijds wil men een sterke wapenindustrie, en daarvoor is (meer) wapenexport van cruciaal belang.
Volgens het gemeenschappelijk standpunt moeten de beperkende criteria altijd boven de commerciële belangen van de wapenindustrie staan. De praktijk wijst echter anders uit. In 2011, het jaar dat de Arabische Lente volop woedde, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar deze regio 9 miljard euro, een miljard meer dan in 2010 en dubbel zoveel als in 2007. Nagenoeg veertig procent van de Belgische wapenexport is rechtstreeks bestemd voor de Arabische landen. Bijna de helft van alle Europese vuurwapens en hun munitie die naar het Midden-Oosten worden uitgevoerd, is afkomstig uit België, zo schreef de krant De Standaard in 2013. Saoedi-Arabië koopt zoveel lichte wapens uit België dat “Saoedische soldaten vijf armen moeten hebben om al die wapens te kunnen dragen”.
Het toekennen van de vergunning door de Waalse regering voor de verkoop van FN-wapens bestemd voor de elitetroepen van Khadaffi is een sprekend voorbeeld van hoe commerciële belangen zwaarder doorwegen dan ethische criteria. Na verschillende negatieve adviezen, en zelfs een schorsing door de Waalse Conseil d'Etat van de eerder verleende vergunning, gaf de Waalse minister president Ruddy Demotte in 2010 toch zijn fiat voor de wapenleveringen. Hoewel het conflict in Libië nog niet in alle hevigheid was losgebarsten, waren de mensenrechtenschendingen en het ondemocratische beleid genoegzaam bekend.

In het rapport 'Vlaamse buitenlandse wapenhandel 2013', van het Vlaams Vredesinstituut (VVI) worden harde conclusies getrokken omtrent het Vlaamse wapenhandeldecreet dat uitvoering geeft aan de Europese richtlijn rond wapenhandel. Ongeveer de helft van de voorheen vergunde wapenexport is van de radar verdwenen. Het gaat over producten die niet op de Europese controlelijst staan, maar wel een militair eindgebruik hebben. Van onze gekende wapenexport gaat een deel naar andere EU-landen. Op basis van de Europese regelgeving laat Vlaanderen in grote mate toe dat er met "algemene vergunningen" wordt gewerkt. Dat betekent dat die transacties van wapens binnen de EU zonder voorafgaande procedure kunnen verlopen met gecertificeerde klanten. Rapportage moet pas achteraf gebeuren, zodat parlementaire controle pas mogelijk is lang na de feiten. "We hebben slechts gedeeltelijk een beeld van de overbrenging van producten binnen de EU", aldus Tomas Baum van het VVI. Voor de wapens die Vlaanderen uitvoert naar landen buiten de EU is er wél een voorafgaande controle. Maar voor dit deel van de export is maar voor de helft van de gevallen de eindgebruiker van de wapens bekend.
Kortom: onze wetgeving voor wapenexport is zo lek als een zeef. Verantwoordelijkheden van lokale overheden en controlemechanismen verdwijnen samen met wapens over landsgrenzen.

Wat als?
Wanneer wapenfabrikanten nieuwe (gesubsidieerde) wapentechnologie ontwikkelen, willen ze er geld mee verdienen. Ze halen alles uit de kast om iedereen wereldwijd er toe aan te zetten die nieuwe wapens te kopen. Of de wapens tegemoet komen aan een reële veiligheidsbedreiging is zelfs irrelevant. Desnoods zorgt een marketingcampagne daar wel voor. Soms is het niet duidelijk meer of beleidsbeslissingen uit een militaire logica voortvloeien of uit een economische. Vaak wordt er geen moeite gedaan om de economische logica te verhullen.
Maar stel je voor dat de EU, zoals ze in haar veiligheidsstrategie zelf aangeeft, haar handelsbeleid gebruikt als een krachtig instrument van conflictpreventie. Dan zouden geen 459 wapenexportvergunningen worden geweigerd maar 45.900. De defensie-industrie zou veertig procent van haar inkomsten verliezen. Met wapens zou geen geld meer verdiend worden. De druk van wapenhandelaars op ons veiligheidsbeleid zou verschrompelen.
Wat als er in Libië, in Syrië, in Israël, in Irak, Mexico, Mali, Nepal ... geen Europese wapens meer zouden zijn?
Laat ons ermee beginnen: ikstopwapenhandel.eu

Europa: één van de grootste wapenexporteurs
19-12-2014 -

Onze Europese wapenhandel heeft mee ontembare monsters geschapen. Het opduiken van Europese wapens bij conflicten en mensenrechtenschendingen blijkt schering en inslag. De gruwel in propere cijfers.

Onze Europese wapenhandel heeft mee ontembare monsters geschapen. Het opduiken van Europese wapens bij conflicten en mensenrechtenschendingen blijkt schering en inslag. Van de eenenvijftig regimes die door de Economist Intelligence Unit's Democracy Index 2012 als ‘autoritair’ bestempeld worden, konden er drieënveertig in de Europese Unie wapens kopen. Het toont aan dat een laks Europees wapenexportbeleid als katalysator kan fungeren voor conflicten wereldwijd.

De gruwel in propere cijfers

In de top vijftien van grootste wapenbedrijven ter wereld vinden we vijf Europese bedrijven: BAE Systems, EADS, Finmeccanica, Thales en Safran.
De Europese wapenindustrie had in 2012 een omzet van 96 miljard euro, bijna 40 miljard daarvan was bestemd voor export. Wapenexport vormt een lucratieve zaak en is essentieel voor de rentabiliteit van de Europese defensie-industrie. In 2012 leverden de Europese landen 47.868 wapenexportvergunningen af, slechts 459 werden geweigerd.
De cijfers geven een indicatie van de minimale export, we mogen vermoeden dat de werkelijke omvang nog groter is.

In 2011, het jaar van de Arabische Lente, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar de Arabische regio negen miljard euro, dubbel zoveel als in 2007.
Saoedi-Arabië is veruit de belangrijkste afnemer. Op vijf jaar tijd leverden Europese lidstaten de Saoedi's voor meer dan tien miljard euro aan wapens. Dit terwijl geweten is dat het land een belangrijke bevoorradingsbron is van jihadische terrorismenetwerken in de regio. Veel van de wapens die vanuit Saoedi-Arabië bestemd waren voor de Syrische oppositie, vielen in handen van groeperingen als de Islamitische Staat (IS). Een zoveelste bewijs dat een laks Europees wapenexportbeleid als katalysator kan fungeren voor conflicten wereldwijd.

Gebrek aan wetgeving

De Europese Unie wordt omschreven als een civiel project waarin de wil tot vrede een centrale drijfveer is. Maar dit plaatje blijkt hoe langer hoe minder te stroken met de realiteit. Europa is één van de grootste wapenexporteurs ter wereld en enkele van de grootste defensiebedrijven zijn gevestigd in Europa. De handel tussen de verschillende EU-landen is open, ook voor wapens. Bedrijven kunnen zonder problemen wapentuig transporteren van het ene EU-land naar het andere. Maar de EU heeft ook geen afdwingbare criteria voor wapenexport naar landen buiten de EU. Gevolg: Europese wapenbedrijven exporteren wapens wereldwijd via het Europese land met de meest lakse wapenwet. Lobbyisten van de wapenindustrie wisten hiermee hun slag thuis te halen.

Principes versus economie

In 2008 schaarden alle EU-lidstaten zich achter het Gemeenschappelijk Standpunt over wapenexport. Daarin werd afgesproken om acht criteria in overweging te nemen bij het afleveren van wapenexportvergunningen door nationale regeringen. Er dient bijvoorbeeld gekeken te worden naar potentiële mensenrechtenschendingen, de mogelijke aanwakkering van conflicthaarden en het gevaar dat wapens in verkeerde handen vallen. Deze normatieve criteria zijn echter uiterst rekbaar en ook niet afdwingbaar voor een rechtbank. Bovendien zit in hetzelfde beleidsdocument de versterking van de Europese wapenindustrie expliciet vervat. Principes over vrijheid en democratie worden door lidstaten bijzonder gemakkelijk onder de mat geveegd wanneer ze potentieel nadelige effecten hebben op de competitiviteit van de eigen wapenbedrijven.

Deze poging tot Europese harmonisering vormt dus slechts ‘soft law’ en staat in schril contrast met de stevig verankerde liberalisering van de defensiemarkt. Na de fusiegolven sinds de jaren ’90 in de Verenigde Staten zagen we ook in de Europese defensiesector een uitdijende schaalvergroting. Daarbij werden interne exportcontroles steeds meer als een hinderpaal ervaren in de ontwikkeling en verhandeling van wapensystemen. De Europese Unie wilde de interne defensiemarkt verder liberaliseren en samenwerking over de landsgrenzen vereenvoudigen. Met een Europese richtlijn van 2009 werden de exportcontroles voor de sector dan ook drastisch versoepeld in plaats van verstrengd. Defensiebedrijven moeten bij intra-Europese handel geen afzonderlijke vergunningen meer aanvragen, maar enkel hun uitvoer zelf registreren om eventuele controle achteraf mogelijk te maken. Maar in die registers worden alleen de onmiddellijke bestemmelingen opgenomen. Informatie over de eindgebruikers is er niet te vinden. Overheden verliezen dus elk zicht op waar het op hun grondgebied geproduceerd militair materiaal naartoe gaat.

De mazen zijn groter dan het net

Gezien er amper sprake is van een gemeenschappelijk beleid over Europese wapenexport, staat de deur dan ook open voor ontwijkingsmanoeuvres via de lidstaat met de zwakste controle. Nationale exportregels kunnen eenvoudig omzeild worden door soepele doorvoermogelijkheden via lidstaten met een meer lakse wetgeving. Het is dus niet verwonderlijk dat in Europa gefabriceerde wapensystemen opduiken in clandestiene netwerken en bij bedenkelijke regimes.

Voor Vlaanderen geldt bijvoorbeeld dat bij ongeveer twee derde van de wapenexport de uiteindelijke eindgebruiker niet gekend is. De laatst gekende gebruikers zijn dan meestal buitenlandse bedrijven in een andere lidstaat. Bovendien heeft een onbekende hoeveelheid Vlaamse technologie een militair eindgebruik, maar geen vergunningsplicht omdat het om zogenaamde 'dual-use' toepassingen gaat. Hiermee verdwijnen militaire producten die mogelijk ook een civiele toepassing hebben volledig van de radar.

De wapenlobby: kind aan huis bij de Europese instellingen

Het initiële Europese vredesproject wordt overschaduwd door de uitbouw van een ondemocratisch militair-industrieel-complex. De eenmaking van de Europese wapenmarkt kwam er op aandringen van enkele machtige ondernemingen, in de hoop kleinere spelers uit de markt te concurreren. Bij de totstandkoming van de Europese richtlijn om dit te verwezenlijken, ging de Commissie te rade bij vertegenwoordigers van wapenbedrijven als EADS, BAE Systems, Thales en Finmeccanica. De Europese koepelorganisatie van de defensie-industrie (ASD) speelde een actieve rol in het bediscussiëren en zelfs amenderen van de richtlijn.

In de achterkamertjes in Brussel en elders in Europa ontmoeten beleidsmakers, wapenhandelaars en lobbyisten elkaar achter gesloten deuren. Want hoewel er geen sprake is van een gemeenschappelijke visie op het Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid, klinken er in de wandelgangen van de Europese instellingen machtige stemmen die hameren op de noodzaak aan een sterke en competitieve wapenindustrie. Via draaideurpolitiek, adviesgroepen en lobbykanalen hebben wapenhandelaars een bevoorrechte toegang tot de Europese besluitvorming om hun bedrijfsbelangen behartigd te zien. Wat goed is voor het bedrijfsleven dient het algemeen belang, zo luidt de redenering. Maar als er één sector is waarvoor dit zeker niet opgaat, dan is het wel de wapenindustrie.

Zowel bij regionale als Europese beleidsmakers ontbreekt de politieke wil om de criteria voor wapenhandel te verstrengen en juridisch afdwingbaar te maken. Maar als Europa als vredesproject nog enige geloofwaardigheid wil hebben, moet ze daar dringend werk van maken.

Pagina's